permalink

0

Trots op…

DSC08301 - kopie - kopie - kopie

Interview in de rubriek ‘Trots op’ van het Sarnamihuis, een instituut waar je terecht kunt voor meer informatie over de geschiedenis, kunst en cultuur van Hindostaanse Nederlanders.


Sarnámihuis is trots op…Shantie Jagmohansingh! Deze jonge schrijfster maakt furore als freelance publicist/columnist. Reden genoeg om Shantie Jagmohansingh 5 vragen te stellen.

1. Wat is je eerste herinnering als het gaat om schrijven?
Schrijven en lezen zijn voor mij twee kanten van dezelfde medaille en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een paar herinneringen uit mijn vroege jeugd:Na het leren lezen van de eerste drie woorden, boom, roos en vis, was ik ervan overtuigd dat ik vanaf dat moment naar de bibliotheek kon gaan om boeken te lenen. Mijn moeder ging hier niet tegenin. Sterker nog, ze bracht me naar de bibliotheek en had thuis alle geduld om me uit te leggen wat al die andere vreemde woorden toch betekenden. Dit voorval is vooral kenmerkend voor mijn moeder en de manier waarop ze achter mij en mijn zusje staat bij alles wat we doen. Ik vond boeken en verhalen zo bijzonder dat ik me vroeger niet kon voorstellen dat mensen dat hadden gecreëerd. Voor mij waren boeken toen een gegeven, net als de natuur. Maar toen het eenmaal begon te dagen, ging ik actief aan de slag met mijn zusje. Samen schreven we urenlange toneelstukjes, waarmee we het geduld van onze ouders danig op de proef stelden. Gaandeweg ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van de kracht van taal: het ultieme middel om op zoek te gaan naar de waarheid, schoonheid, betekenis. Door taal kan je mensen anders naar dingen laten kijken, maar ook stemmen laten horen die normaal verdwijnen in het tumult van alle dag.

2. Wat is voor jou je grootste mijlpaal tot nu toe?
Ik sta voor mijn gevoel nog in de kinderschoenen. Ik wil nog zoveel doen, leren en ontdekken. Leuk dat er nog zoveel valt na te streven en tegelijkertijd is dat spannend.Ik heb nu opinies en columns geschreven en heb het geluk gehad dat deze in landelijke kranten zijn geplaatst met een groot bereik onder lezers. Daar ben ik wel trots op. Vooral de serie over de dynamiek van wereldsteden afgelopen zomer in Trouw vond ik erg leuk om te schrijven.Als sociaal-wetenschappelijk onderzoeker heb ik onderzoeksrapporten en artikelen geschreven, met een veel kleiner lezerspubliek, maar ook daar heb ik veel van geleerd. In ieder geval speelt het schrijven van een proefschrift nog steeds een melodie in mijn achterhoofd, die interessant genoeg is om naar te blijven luisteren.Het meest trots ben ik tot nu toe op de publicatie van mijn eerste literaire verhaal in het tijdschrift Armada. Een kleine stap richting de grootste uitdaging: de literaire roman. Wat mij betreft het mooiste wat de mens heeft voortgebracht: literatuur die in staat is mensen mee te slepen, waardoor je de werkelijkheid even aanschouwt door de ogen van een ander. Als ik daar in mijn leven bij in de buurt kan komen, ben ik heel tevreden.Een mijlpaal klinkt heel groot, maar het zijn eigenlijk de kleine dingen die de meeste indruk maken: een lezer die je bedankt of complimenteert, het gevoel als je tevreden bent over een zin. Misschien is dat in het algemeen wel de grootste mijlpaal: als je een bepaalde activiteit ontdekt, waarbij je zodanig tegemoet komt aan een innerlijke noodzaak, dat succesvol zijn of niet, de uitoefening ervan niet beïnvloedt. Het doen van de activiteit brengt al genoeg voldoening om te blijven doorgaan. Dat is niet alleen een mijlpaal, maar vooral een vorm van vrijheid.

3. Met welke andere Hindostaanse media of artiesten in Nederland zou je wel eens willen samenwerken?
Als ik kijk naar schrijvers, journalisten en columnisten met Hindoestaanse ‘roots’, dan kies ik voor Sheila Sitalsing. Zij is columniste bij de Volkskrant en ik bewonder haar werk: scherp, maatschappijkritisch, maar ook vol humor.Verder lijkt het me interessant om een artikel met Trouw-journalist Perdiep Ramesar te schrijven. Zijn artikelen tonen vaak een werkelijkheid waar weinigen weet van hebben. Zo maakt hij de schimmige wereld achter mensenhandel in Nederland zichtbaar, of de georganiseerde criminaliteit in Haagse wijken.Internationaal gezien ben ik GROOT bewonderaar (eigenlijk zouden grotere letters nog meer recht doen aan de reikwijdte van mijn bewondering ;) ) van Jhumpa Lahiri, Kiran Desai en Amitav Ghosh. Zij hebben de wereld zoveel gegeven op het gebied van literatuur. Naast hen voel ik me heel klein.

4. Hoe combineer je familie en studie met je schrijfambities? Welke rol speelt je familie in jouw carrière?
Familieleden zijn de dragers en vertellers van verhalen, vaak zonder dat ze het zelf doorhebben. Het is geweldig om naar hen te luisteren. Daar kan ik uren mee zoet zijn. Het is dus geen kwestie van combineren. Ze vormen een inspiratiebron en daardoor vloeit het een in het ander over.
Ook buiten de familie houd ik ervan om mensen te observeren, te luisteren naar hun verhalen. De mooiste verhalen zijn vaak van degenen die er niet de nadruk op leggen, die niet eens beseffen dat ze iets bijzonders hebben verteld.
Verder heb ik het geluk dat mijn man me begrijpt en me ontzettend stimuleert. Hij leest de eerste versies van mijn stukken, levert commentaar en samen kunnen we urenlang discussiëren. Heerlijk!

5. Wat wil je aan de lezers van Sarnámihuis.nl meegeven?
Als ik merk dat Hindoestaanse Nederlanders weinig afweten van hun geschiedenis, ben ik altijd wat verbaasd. Door de ruime aanwezigheid van verraad, verdriet en verscheurde liefdes, bevat dit namelijk alle ingrediënten van een groots epos. Als je een blik op de rijke geschiedenis werpt, kan je niet anders dan onder de indruk zijn van de fysieke en mentale gesteldheid, en bijna bovenmenselijke doorzettingsvermogen van onze voorouders.

Voor meer informatie over het Sarnamihuis klik hier

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Required fields are marked *.


background