permalink

1

Strijdbaar zijn kan ook zonder korte lontjes

Nederlanders houden ervan om als assertief te worden omschreven. Het geldt als een positieve eigenschap als iemand zich mondeling goed kan laten gelden. Voor mannen staat het gelijk aan daadkrachtigheid en zelfverzekerdheid, voor vrouwen betekent het dat ze intelligent en geemancipeerd zijn.

Assertief zijn betekent dat je opkomt voor je eigen mening, rechten en standpunten, zonder anderen agressief te benaderen zodat zij in hun waarde blijven. Vooral op de werkvloer wordt deze eigenschap gewaardeerd. Maar hoe zit het met de mensen die wat minder goed gebekt zijn? Ook wanneer de medewerker uitzonderlijk goed functioneert, wordt een gebrek aan assertiviteit als een minpunt gezien. Bescheidenheid moet worden vermeden, opvallen is het credo, en dan in de zin van mondeling ’aanwezig’ zijn.

Helaas kan assertiviteit ook verworden tot onbehouwen machtsvertoon, gecombineerd met het altijd en overal je mening moeten uiten, waardoor het zijn doel voorbijschiet. De gevolgen daarvan zijn maar al te vaak merkbaar in de publieke sfeer: opgefokt gedrag, niet alleen op straat, maar ook op de werkvloer, in het parlement en de media.

Socioloog Bas van Stokkum beschreef dit jaar in zijn boek ’Wat een hufter!’ hoe het (te) grote ego in de hele samenleving leidt tot te korte lontjes. Hij is niet de enige die zich zorgen maakt. Gijs van Oenen, universitair docent wijsbegeerte, schreef eerder op de opiniepagina van Trouw dat het fortuynisme in Nederland een nieuwe assertiviteit heeft ingeluid, met een ongekende belangstelling voor de grenzen van de uitingsvrijheid. Eerder waarschuwde cultuursocioloog Gabriel van den Brink dat de ’assertieve levensstijl’ in verband lijkt te staan met de toegenomen hufterigheid.

Wat ik in deze discussie miste, is aandacht voor het eerste slachtoffer van deze ontwikkelingen. En dat is de karaktereigenschap bescheidenheid. Tegenover de ’assertievelingen’ staan de verlegen mensen. In Nederland bijna synoniem aan ’push-overs’. Ook wikipedia omschrijft ’verlegenheid’ als een negatief begrip: het zou duiden op een lage assertiviteit en weinig durf. Kijkend naar de maatschappelijk ontwikkelingen lijkt mij dat niet een gebrek maar een teveel aan (mondelinge) assertiviteit het probleem is.

In de recente wereldgeschiedenis heeft één persoon het opkomen voor belangrijke rechten zonder de ander agressief te bejegenen, tot een ware kunst verheven: Mahatma Gandhi. Hij wist India door geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid naar onafhankelijkheid te leiden.

Opmerkelijk daarbij is dat Gandhi, die de hele wereld wakker wist te schudden, in feite een uiterst verlegen persoon was. Hij zag zijn verlegenheid zelf als een groot voordeel. „Het leerde me spaarzaam te zijn met woorden”, schreef hij in zijn autobiografie. „Ik had van nature de gewoonte om terughoudend te zijn in het uiten van mijn gedachten. Een ondoordacht woord is mij daardoor zelden ontsnapt.”

Het Nederland van nu kan veel opsteken van de oosterse assertiviteit die Gandhi tentoonspreidde. Verlegenheid en een economisch gebruik van woorden zijn geen minpunten, maar getuigen van een enorme kracht die je dient te koesteren. Assertiviteit en verlegenheid kunnen prima hand in hand gaan. Gandhi leerde dat mensen zich niet moeten laten leiden door de kortetermijnassertiviteit, van het altijd en overal je mening moeten uiten, alleen ’omdat het kan’ en mag en moet. Het lukraak uitspuwen van een mening zonder achting voor enige sociale context en zonder remming lijkt opmerkelijk veel van onze kortelontjesproblematiek te kunnen verklaren.

Ik hoop daarom op een herwaardering van de langetermijnassertiviteit. Het gaat dan niet om het maken van ’rake opmerkingen’, het geven van een gevat antwoord, of het zonder meer ventileren van elke gedachte die in je opkomt. Maar om de kunst van weldoordachte handelingen, weloverwogen woorden.

En in deze tijd van ’korte lontjes’en ’hufterigheid’ mag verlegenheid als eigenschap ook meer waardering krijgen.

Dit artikel stond in Trouw (30-12-2010)

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

1 Comment

  1. Ook een goed boek over introversie is: The Introvert Advantage: How to Thrive in an Extrovert World van Marti Olsen Laney.

Geef een reactie

Required fields are marked *.


background