permalink

0

Staat van Emancipatie Rotterdam – spoken column

we-can-do-it_darkwomen1Goedemiddag allemaal. Voordat ik begin zal ik mezelf eerst uitgebreider voorstellen en toelichten hoe ik mijn verhaal ga vertellen. We gaan het namelijk anders doen dan anders.

Ik sta hier met verschillende petten op. Allereerst als sociaal wetenschappelijk onderzoeker. Samen met mijn collega Diana van Dijk, heb ik de Staat van Emancipatie Rotterdam geschreven. Een aardig rapport, met bijlagen zo’n 123 kantjes, vol met tabellen en grafieken. Maar, maakt u zich niet druk, vandaag gaan we niet luisteren naar een standaard onderzoeksverhaal.

Het toeval wil namelijk dat ik naast mijn werk bij de gemeente, ook schrijf. Verhalen, opinies en columns. Daardoor sta ik wel eens op het podium met een spoken column. Een en een is twee, en vaak zijn ze bij de gemeente aardig scherp, en daarom werd besloten dat het origineel zou zijn, als ik een spoken column en een onderzoekspresentatie met elkaar zou combineren.

Dat betekent dat ik mijn onderzoeksverhaal heb geprobeerd te plaatsen in een groter kader en dit heb vermengd met mijn eigen observaties. Al deze ingrediënten tezamen hebben geleid tot  een verhaal wat u, hoop ik, aan het denken zal zetten, zodat u daarna geprikkeld en vol geestdrift aan de workshops kunt beginnen.

Mijn derde pet is die van een feminist. Ik meen oprecht dat iedereen gelijke kansen en mogelijkheden zou moeten hebben. Toch schijnen sommigen te vinden dat ik niet aan de voorwaarden voldoe. Je ziet er niet uit als een feminist, kreeg ik een keer te horen. Blijkbaar zijn daar voorschriften voor. Kledingvoorschriften in dit geval. Nee, ik draag geen tuinbroeken en ren niet rond met een verbrande bh. Toen we nog klein waren, kregen mijn zusje en ik van onze lieve moeder altijd broeken en makkelijke schoenen om te dragen. We hadden vrij kort haar, en voldeden niet aan de beschrijving van het prinsessenmeisje.

Maar er was een probleem. Wij waren namelijk dolverliefd op de stijl van de filmsterren van Bollywood, met wapperende rokken, lang haar en nog langere wimpers. Feminisme staat onder andere voor je eigen keuzes maken, zijn wie je echt bent en daarvoor uitkomen. Wat ik hier maar mee wil zeggen: als ik hier zou staan met kort haar, bergschoenen enz, zou ik simpelweg mezelf niet zijn. Dat was even een anekdote om jullie aandacht te trekken. Nu ga ik echt beginnen.

Tijdens mijn voorbereiding op dit verhaal kon ik niet anders dan concluderen dat emancipatie net een filmster is, voor een groot deel afhankelijk van de tijdsgeest. Als een speelbal is ze het ene moment hot, en wil iedereen er aandacht aan besteden. En het volgende moment vindt iedereen haar achterhaald en oubollig.

Aandacht voor emancipatie is grillig. Er ligt nu een recent onderzoek, de Staat van Emancipatie Rotterdam. Deze titel impliceert dat de ontwikkelingen op het gebied van emancipatie periodiek gevolgd worden. Toch dateert de vorige monitor uit 2004. Voor het onderzoek zijn Rotterdamse vrouwen en mannen vergeleken op het gebied van onderwijs, arbeidsparticipatie en economische zelfredzaamheid. Ook is gekeken naar factoren die mensen in staat stellen te emanciperen of dit juist bemoeilijken, zoals beschikbaarheid van kinderopvang.

Ik heb geprobeerd mijn onderzoeksverhaal te plaatsen in het grotere kader van landelijke debatten, en daarmee haalde ik mezelf aardig wat op de hals. Emancipatie is voor velen namelijk niets minder dan een bloedserieuze strijd die met allerlei tactieken wordt uitgevochten op de opiniepagina’s van kranten en tijdschriften. De hitte stoomde van de pagina’s af en werkte aanstekelijk. En net toen ik aangevuurd door alle argumenten ook klaarstond om in de pen te klimmen, kwam eind januari het bericht dat uit de Gendergelijkheidslijst van de Verenigde Naties blijkt dat in geen enkel land op de wereld de verschillen tussen mannen en vrouwen zo klein zijn als in Nederland. Ik wist even niet meer waar ik het zoeken moest.

Maar toen begon het stof neer te dalen. Gelukkig begon ik in de stapel emancipatiepublicaties, de meningen en cijfers die om mijn bureau werden opgestapeld, een paar trends en kantelingen te ontdekken die ik graag met jullie wil delen:

Allochtone vrouwen laten hun stem horen

‘Feministen van kleur willen gehoord worden – niet gered’ was de kop van een stuk in de Volkskrant begin dit jaar. Spreek niet ‘over’ ons maar met ons, was de teneur van een nieuw geluid in de emancipatiediscussie. Een nieuwe generatie allochtone vrouwen lieten hun stem horen. Ze vroegen aandacht voor hun vorm van emancipatie, met een eigen proces en dynamiek, een eigen tempo en afwegingskader waarover ze, op volwaardige manier, de dialoog willen aangaan.

Het opkomen van deze nieuwe generatie die een andere ontwikkeling laat zien dan de voorgaande generatie, zien we ook terug in ons onderzoek.

Bij een eerste vergelijking springen de verschillen tussen Rotterdamse vrouwen en mannen in het oog. Maar de verschillen tussen vrouwen naar etnische achtergrond zijn op bepaalde gebieden groter. Als we bijvoorbeeld kijken naar opleidingsniveau zien we dat autochtone vrouwen vier zo vaak hoger zijn opgeleid dan vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond en twee keer zo vaak als die met een Antilliaanse of Surinaamse achtergrond.

Arbeidsparticipatie onder Turkse en Marokkaanse vrouwen is lager dan onder vrouwen met een autochtone, Surinaamse, Antilliaanse of westers allochtone achtergrond. Verder is het aandeel lager opgeleiden onder allochtone vrouwen in Rotterdam gestegen.

Maar er is ook een ander beeld. Hoogopgeleide Turkse- en Marokkaanse vrouwen uit de tweede generatie zijn actiever op de arbeidsmarkt. Ook uit landelijk onderzoek blijkt dat allochtone vrouwen die hier zijn geboren, steeds vaker economisch onafhankelijk zijn.

In 2030 is de verwachting dat het aandeel allochtone Rotterdammers hoger is dan het aandeel autochtone Rotterdammers en dat er meer tweede generatie allochtonen dan eerste generatie allochtonen zullen zijn. Omdat tweede generatie allochtone vrouwen zich anders ontwikkelen dan de eerste generatie, zou het best eens kunnen zijn dat emancipatievraagstukken van verschillende groepen vrouwen (autochtoon en allochtoon) naar elkaar toegroeien. Maar dat is nu nog niet het geval. Door de grote diversiteit lopen emancipatievraagstukken nu nog uiteen van financiële kwetsbaarheid en laaggeletterdheid tot het doorbreken van het glazen plafond.

Diversiteit aan emancipatieonderwerpen

Emancipatie is niet eenduidig maar net een caleidoscoop, eigenlijk vergelijkbaar met onze stad. Zeer divers van aard, als gevolg van verschillende vrouwen, levensgeschiedenissen en de keur aan middelen waarmee gestreden wordt voor vooruitgang. Door de uiteenlopende achtergronden kan ook solidariteit een brede range hebben. Zo heb ik zelf naast dit Rotterdamse emancipatie-onderzoek geschreven over emancipatie in India en Suriname, waar mijn roots liggen.

We moeten ervoor uitkijken dat bijeenkomsten, discussies en debatten, niet alleen aansluiten op vrouwen met een bepaald profiel. “Voor je het weet kan feminisme gereduceerd worden tot een te beperkte agenda gericht op de behoeften en ervaringen van de meest geprivilegieerde, zichtbare vrouwen,” scheef journalist Asha ten Broeke. “Seksisme staat voor vele vrouwen niet op zichzelf, maar kan worden doorkruist door racisme. Spreken over de problematiek van de loonkloof is niet relevant voor werkloze vrouwen, het onderwerp zorg-arbeidverdeling gaat niet over het leven van alleenstaande moeders.”

Ook in Rotterdam kunnen we ons daar iets van aantrekken, want ook wij leggen in de monitor grote nadruk op onderwerpen als economische zelfstandigheid, en de verdeling van arbeid en zorg.

Toch is dat niet zo vreemd. Juist bij het samenleven met een partner en het krijgen van kinderen, wordt emancipatie uitgedaagd, omdat je je bevindt op dat snijvlak waarbij bewuste keuzes belangrijk zijn. Voor je het door hebt kan de emancipatie ergens in een vergeten hoekje liggen en vallen beide partners onafwendbaar in patronen die vervolgens moeilijk te transformeren zijn.

En nu we het er toch over hebben, hoe zit het eigenlijk met economische zelfstandigheid in Rotterdam? Rotterdamse vrouwen en mannen verschillen niet veel van elkaar als we kijken naar opleidingsniveau en beroepsniveau maar dit vertaalt zich (nog) niet door naar de hoogte van het inkomen. Sinds 2004 is het inkomen van vrouwen gestegen, maar blijft achter bij het gemiddelde inkomen van de mannen. Autochtone vrouwen hebben het hoogste inkomen, en vrouwen met een Turkse, Marokkaanse en overig niet-westerse achtergrond het laagste.

Zowel onder Rotterdamse vrouwen (44 procent) als mannen (59 procent) steeg de economische zelfstandigheid tussen 2003 en 2010, onder vrouwen zelf iets meer in vergelijking met de mannen. Dat klinkt hoopgevend, maar in Rotterdam is 44 procent van de vrouwen economisch zelfstandig. Dat betekent dus dat meer dan de helft van iemand anders financieel afhankelijk is.

En om dit onderwerp af te sluiten nog een uitsmijtertje waar u over kunt nadenken: van de Rotterdammers vindt 13 procent van de vrouwen en 19 procent van de mannen het voor jongens belangrijker dan voor meisjes dat zij later hun eigen inkomen kunnen verdienen. Ik laat aan u over of u die percentages onrustbarend of juist rustgevend vindt.

Arbeid en zorg en gendersensitief opvoeden

Niet zo lang geleden werd ik aangesproken door een jonge vrouw die benadrukte hoeveel profijt een samenleving wel niet heeft bij in kleine deeltijdbaantjes werkende moeders. Niet alleen omdat dat dat zo goed is voor de opvoeding van de kinderen, maar ook voor het oppakken van vrijwilligerswerk. De gedachte dat deze taken ook door mannen kunnen worden verricht, had nooit wortel geschoten in haar hoofd. Dat was een gedachte die druk en met veel gebaren, maar tevergeefs de aandacht probeerde te trekken vanuit haar blinde vlek.

Maar daar is ze niet de enige in. Ruim een derde van de Rotterdamse bevolking heeft geen begrip voor moeders met jonge kinderen die vijf hele dagen willen werken. Een vijfde heeft geen begrip voor vaders met jonge kinderen die hetzelfde willen. Dit kan gerelateerd zijn met het feit dat vier van de tien Rotterdammers een vrouw geschikter vindt om voor jonge kinderen te zorgen dan een man.

Zo gek is dit eigenlijk ook niet. Onze beeldcultuur richt zich zo erg op moeders, dat je bijna zou vergeten dat dit ook mogelijk is:

 

dad 2

 

Gelukkig wordt de rol van mannen en vaders steeds meer erkend, wat leidt tot bovenstaande beelden. Beelden die bestaande patronen doen kantelen en ons confronteren met onze eigen denkbeelden.

Nog steeds zijn in Rotterdam relatief meer mannen hoog opgeleid (34%) dan vrouwen (32%), maar het verschil is kleiner geworden. Toch zijn studiekeuzes vaak nog traditioneel. Er zijn geen schokkende studiekeuzeveranderingen te bemerken, al kiezen Rotterdamse meiden iets vaker voor techniek in vergelijking met andere steden. Met traditioneel hoeft niets mis te zijn, als keuzes maar bewust worden gemaakt. Maar de vraag is of dit gebeurt?

Wat ons betreft is er een wereld te winnen als het gaat om gendersensitief opvoeden en onderwijzen. Dit klinkt ingewikkeld, maar betekent eigenlijk niets minder dan dat je wilt dat kinderen van jongsaf aan een hele keur aan diversiteit te zien krijgen, zodat ze zich er al op jonge leeftijd van bewust zijn dat de wereld veel categorieën mensen kent. Dat de mogelijkheden tot wat je kunt worden eindeloos zijn.

Rol van de mannen

Iets dat telkens weer opvalt aan alle discussies in de krant, op tv en nu ook weer te zien aan de samenstelling van de bezoekers hier: de discussie wordt bijna alleen gevoerd door vrouwen (en voornamelijk) over vrouwen. De helft van de wereldbevolking wordt maar al te vaak vergeten. En toen er eindelijk een zichtbare bijdrage kwam vanuit mannelijke hoek (NRC), was dat meteen ongelooflijk badinerend: dat de emancipatie van vrouwen wel klaar zou zijn. Dat ze allemaal zelf in deeltijd willen werken. Alsof het allemaal zo simpel is.

Verschillende onderzoeken laten zien dat de rolverdeling tussen mannen en vrouwen pas scheef wordt nadat er kinderen komen. Zelfs als vrouwen en mannen er helemaal van uit gaan dat ze alles 50/50 zullen doen. Wanneer er van te voren geen duidelijke afspraken over de taakverdeling zijn gemaakt, vervallen stellen zodra er kinderen komen al snel in stereotypen. Er verandert dus niets voor de vrouw zolang er niets verandert bij haar man.Mannen zijn broodnodig om deze cultuurverandering tot stand brengen.

Net toen ik lichtelijk wanhopig werd omdat ik geen man kon vinden die zich hiermee leek te bemoeien, stuitte ik op een artikel van een mannelijke journalist (Rutger Bregman, De Correspondent) waarin het vaderschapsverlof, – en dan bedoel ik niet die lullige twee dagen, maar een paar weken, – wordt beschreven als wondermiddel. En het leuke is dat deze boodschap keer op keer wordt bevestigd (ook steeds meer door mannen).

Volgens het stuk van Bregman blijkt uit steeds meer onderzoek dat de eerste weken na de geboorte van een kind cruciaal zijn voor de ‘heronderhandeling van de arbeidsverdeling. “In die weken worden opnieuw de verhoudingen bepaald. Onderzoek in Canada liet zien dat vaders die een paar weken het huis doorrennen terwijl hun vrouw ligt bij te komen van de bevalling uiteindelijk meer tijd besteden aan het huishouden en de kinderen.” En nu komt het: dat doen ze niet voor even, maar voor de rest van hun leven (dit kan best een nieuwe campagne-slogan worden).

Vaderschapsverlof is dus mogelijk wel het overwinningswapen. Als het om arbeid en zorg gaat tenminste. Het is u misschien opgevallen dat ik weer in oorlogsmetaforen ben gaan praten. Zoals ik eerder zei, emancipatie is vaak niets minder dan een bloedserieuze strijd.

Veiligheid

Twee jaar geleden schreef ik voor dagblad Trouw een korte serie over de dynamiek van wereldsteden en bewaarde 1 aflevering voor Nederland. Hierin beschreef ik Rotterdam als een rebel vol woeste aantrekkelijkheid die alleen een underdog kan bezitten, en Amsterdam als een grande dame met iets te veel arrogantie. Ik werd gecomplimenteerd met de beeldspraak, maar ik kreeg ook kritiek uit emancipatiehoek. Waarom moest Rotterdam nou de broer zijn? Kon deze stad nou niet voor een keer de zus zijn?

Waarom beschreef ik de stad niet als vrouwelijk? Misschien omdat Rotterdam als stad vaak heel mannelijk overkomt. We hebben het altijd over de rauwheid van de stad, over niet lullen maar poetsen, de stoere havenarbeiders, de haven. Maar ook over dat verdraaide aanvoerderschap van verkeerde lijstjes. We kijken vooral naar jongens die op straat zichtbaar herrie schoppen, veel minder naar meisjes met geïnternaliseerde problemen.

Rotterdam is niet altijd voor iedereen even veilig. Zo voelen Rotterdamse vrouwen zich vaker onveilig dan Rotterdamse mannen. Het verschil tussen Rotterdamse vrouwen en mannen die zeggen lichamelijk aangevallen of mishandeld te zijn is klein. Een belangrijk verschil tussen vrouwen en mannen is dat de dader bij vrouwen veel vaker iemand is uit de privésfeer, zoals de (ex-)partner of een familielid. En hoewel mannen ook slachtoffer kunnen zijn van huiselijk geweld, is volgens politiemeldingen 65% van huiselijk geweld gericht op de (ex-) partner vrouw en in 8% van de gevallen gericht op de (ex-)partner man.

Rotterdam is de stad van niet lullen maar poetsen, als het gaat om de haven, de architectuur, de skyline en ga zo maar door. Maar hoe stoer zijn de mannen hier werkelijk als het gaat om emancipatie? Durven Rotterdamse mannen vaderschapsverlof op te nemen, zich uit te spreken voor emancipatie en de discussie aan te gaan over het veiliger maken van de stad?

En hoe zit het met de vrouwen en hun lef. Durven zij het aan zich niets aan te trekken van de sociale druk als dit niet strookt met hun eigen gevoel? So what, als de omgeving je een freak vindt omdat je fulltime blijft werken met drie kinderen? Zo lang je jezelf en je kinderen maar recht kan blijven aankijken.

Dat is de werkelijke niet-lullen-maar-poetsen-mentaliteit. Dat zijn de echte voorlopers, de kantelaars, de trendsetters, die (hopelijk) kunnen rekenen op navolging.

Emancipatie is geen vrouwenzaak maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid van man, vrouw, maatschappelijke organisaties en van de overheid. Zoals wethouder Louwes al zei: “De tijd dat vrouwen uit overheidsdienst ontslagen werden zodra ze trouwden, ligt inmiddels zestig jaar achter ons. Hopelijk duurt het niet nog eens zes decennia voor een Rotterdamse Emancipatiemonitor overbodig blijkt te zijn.”

 

emancipatiepres

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Required fields are marked *.


background