permalink

0

Serie over wereldsteden en de stedelijke ervaring in dagblad Trouw – aflevering 2

In dagblad Trouw verschijnt een korte serie over de aantrekkingskracht van de wereldstad, het stedelijke leven en de relatie tussen wereldsteden onderling. Op 15-8-2012 is de tweede aflevering gepubliceerd, waarin Doebai centraal staat:

De Babylonische hoogmoed van Doebai’

Nederland kan leren van grenzeloze, ‘idiote’ dadendrang van stad aan de Golf.

Aan het begin van dit jaar werden we door het Koninklijke bezoek van Beatrix, Maxima en Willem-Alexander aan de hoofdstad van de Verenigde Arabische Emiraten verrast door indrukwekkende beelden van een land dat zich binnen veertig jaar heeft ontwikkeld van een woestijnlandschap naar een islamitische glamour-dictatuur met talloze records op haar naam: het hoogste gebouw van de wereld (Burj Khalifa), het enige 7-sterrenhotel ter wereld (Burj Al Arab) en het grootste overdekte winkelcentrum (Dubai Mall), die ook de grootste toeristische attractie ter wereld is, en hiermee zelfs New York achter zich heeft gelaten.

Dubai ontwikkelt al jaren in sneltreinvaart. Toch zijn de reacties hierop zuinig. Toen bekend werd dat deze woestijnstad een indoor-ski-en-schaatsbaan had laten bouwen in een winkelcentrum, werd hier over het algemeen meewarig om gegrinnikt. ‘Wat een decadentie!’ En toen duidelijk werd dat hetzelfde land bezig was met het afronden van het hoogste gebouw ter wereld, werd er niet meer gegrinnikt, maar verontwaardigd gesnoven en vergelijkingen gemaakt met de Bijbelse Toren van Babel en Babylonische hoogmoed.

Deze reacties zijn kenmerkend voor velen in ons land: ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’. De huidige groei van de Arabische Emiraten, (maar ook van de BRIC-landen), is daarentegen – naast geld, visie, het overnemen van best practices uit andere landen, maar ook onderdrukking (denk aan wantoestanden arbeidsmigranten) en het niet altijd even nauw nemen met de regels – bovenal het resultaat van een mentaliteit waarin het juist doodnormaal is om te streven naar het hoogste. Alles is erop gericht juist niet normaal te zijn.

Het de vraag of de ‘doe maar normaal’-houding in de loop van de geschiedenis wel zo kenmerkend is geweest voor Nederland. Dat gold in ieder geval niet voor de Rotterdamse broers Gerrit en Herman van der Schuijt. Aan het eind van de 19de eeuw schetsten, ontwierpen en realiseerden zij uiteindelijk met architect Willem Molenbroek een gebouw van elf verdiepingen hoog. Voor die tijd ongekend en voor velen onvoorstelbaar. Ondanks scepsis kwam het Witte Huis in Rotterdam tot stand, en is een tijdlang het hoogste kantoorgebouw van Europa geweest. Hadden de burgers het toen ook schamper over de toren van Babel, of waren zij trots over de nieuwe standaard die Nederland in dit werelddeel had neergezet?

Een ander voorbeeld: de Domtoren van Utrecht mag nu acht keer kleiner zijn dan de Burj Khalifa, in de tijd dat aan de Dom werd gebouwd, was uiteraard de intentie iets prachtigs en memorabels neer te zetten. De makers hadden geen last van de gedachte dat het bouwwerk toch vooral niet al te hoog of indrukwekkend mocht worden.

Misschien wringt daar de schoen: Dubai voelt ongemakkelijk omdat het zo aan de hoogtijdagen van het Westen doet denken, toen de hele wereld met ontzag naar de Westerse vernieuwingen en groots­heid keek. Ook drukt Dubai ons telkens met de neus op de eigen crisissituatie.

Daar komt bij dat grenzen van normaliteit voortdurend veranderen. Ooit was een gebouw van elf verdiepingen revolutionair, nu is dat doodnormaal. Wellicht maken indoor-skibanen en uitgebreide foodcourts wel automatisch deel uit van de winkelcentra van de toekomst.

Velen zullen erop wijzen dat er toch weinig mis kan zijn met een nuchtere houding. Het punt is echter dat het ‘normaal doen’ in Nederland de laatste tijd vooral een oproep is tot behoudzucht, niet teveel afwijken van de rest en uniformiteit. Normaal doen kan zo verzanden in passiviteit en gezapigheid: ‘we vinden het wel goed zo’. In combinatie met de vergrijzing is dat een recept tot stilstand of misschien zelfs achteruitgang.

Voor ons land is het daarom noodzaak om onze houding om te draaien: Doe alsjeblieft gek, think out of the box, ga letterlijk en figuurlijk de grenzen over. Vóórdat Dubai ons ook op schaatsgebied voorbijstreeft als gevolg van die ‘idiote’ indoor-schaatsbanen (die we dan echt niet meer idioot vinden). Observeer, fantaseer, en zet een nieuwe standaard neer, waardoor Dubai op termijn ons land aandoet voor een staatsbezoek en het opzetten van handelscontracten.

Dit is deel 2 in een kleine serie over de aantrekkingskracht van wereldsteden.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Required fields are marked *.


background