permalink

0

Reiscolumn 2 – Familie

Column Shantie Singh: FamilieShantie Singh verblijft op dit moment op uitnodiging in Suriname om daar presentaties te geven over haar boek Vervoering. Over haar indrukken en belevenissen daar houdt ze een reiscolumn bij.

In Vervoering beschrijft het personage Sandra hoe het is om zonder echte familie op te groeien. Ze woont in Nederland en fantaseert over haar familie overzee. ‘Zij wilde ook baden in de aandacht van echte familieleden.’ Sandra is fictief, maar haar gevoel van gemis is gebaseerd op mijn eigen ervaringen. Wat was ik vroeger nieuwsgierig naar die grote familie helemaal in Paramaribo. Hetzelfde gold voor Nickerie. De naam van dit district in het noordwesten van Suriname sprak tot mijn verbeelding.

Nu ben ik onderweg naar Nickerie, waar mijn vader vandaan komt en waar een deel van mijn familie woont. De reis zal drie tot vier uur duren. We rijden vanaf Paramaribo met de auto door Saramacca en komen aan bij de Coppenamebrug, waar een enorme rivier onderdoor stroomt. Mijn vader trakteert me op een verhaal dat treffend illustreert hoe luxe deze reis per auto over een verharde weg is, in vergelijking met de tocht die hij in zijn jeugd aflegde.

Hij reisde een keer samen met zijn broer per brommer van de stad naar Nickerie. Er was toen nog geen brug. Met de veerboot stak je de rivier over. Ze misten de laatste boot en waren gedwongen de nacht in de open lucht door te brengen. In het pikkedonker werden ze omsingeld door een leger buitengewoon goed getrainde muggen die een hemeltergend gezoem produceerden. Ze probeerden van alles: de muggen verjagen met grote bladeren, zand naar ze gooien, wegrennen, zichzelf ingraven, vuur maken, schreeuwen (daar hielden ze meteen mee op toen de muggen in hun mond vlogen), huilen, bezweringen prevelen. Niets hielp. Na een eeuwigheid brak de ochtend aan en konden ze eindelijk de veerboot op. Het daglicht bracht een nieuwe schok. Ze waren onherkenbaar geworden door de enorme hoeveelheid muggenbulten over hun hele lijf. Andere bootreizigers reageerden schichtig op hun aanwezigheid, alsof ze een ziekte hadden.

Onderweg stoppen we in Wageningen, waar twee ooms van mij wonen. Ooit hadden ze een goede baan bij de Stichting Machinale Landbouw (SML), een Surinaams staatsbedrijf voor het verbouwen van rijst. Wageningen was toenbooming. Twintig jaar geleden brachten financiële problemen hier een einde aan. Booming Wageningen werd steeds stiller. Vooral de jongeren trekken weg.

In Wageningen wonen ook mijn nichten, de dochters van mijn vaders broer. Zij hebben het zwaarder gehad dan ik, veel zwaarder. Met minder kansen en middelen moesten ze ondernemend zijn en doorzetten om een goede opleiding te kunnen doen. En kijk ze nu eens. Ze zijn prachtig, hebben gestudeerd, zijn zelfstandig, werkend en rijden rond in een pittig autootje. Maar het is nog steeds hard werken. Even op vakantie gaan is allesbehalve eenvoudig. Mijn nichten en ik hebben hetzelfde haar en ogen, dezelfde lengte. Als we naast elkaar lopen denken mensen dat we zussen zijn.

Ken je het verhaal van de man die iedereen uit de omgeving kent, die alles kan regelen – van gebakjes tot auto’s – , en iedereen altijd aan het lachen weet te maken met zijn anekdotes en hilarische verhalen? Dat is mijn neef. Hij draagt ook de achternaam Jagmohansingh en heeft een aantal jaren in Nederland gewoond. Hij vertelt wat hij daar de grootste uitdaging vond: zichzelf voorstellen. Hij doet het even voor: ‘Mijn naam is Jagmohansingh: Johan, Anton, Gerard, Mauritius (Maria kende hij toen nog niet), Otto, Hendrik, Anton, Nico, Simon, Isaac, Nico, Gerard, Hendrik.’ Het klinkt als een vrolijk liedje. Mijn neef vertelt dat hij altijd meteen begon met spellen, omdat niemand er ooit in is geslaagd de naam in één keer goed op te schrijven. De hele avond herhaal ik zijn verhaal en ik begin op een gegeven moment ook te zingen. Er zijn weinig anderen die dit met mij kunnen delen.

In Suriname ontdek ik de kracht van een familienetwerk. De voorbereidingen voor de boekpresentatie in Nickerie gaan van start. Een oom regelt een mediamoment in de lokale nieuwsuitzending. Tot mijn verrassing hoor ik daarna van steeds meer mensen dat ze het hebben gezien. Door de reactie van het hotelpersoneel voel ik me zelfs even een plaatselijke beroemdheid. Mijn neef die zich zo charmant en zingend kan voorstellen regelt een betere locatie voor de presentatie en de bijbehorende hapjes. Mijn nichtjes verspreiden het nieuws. Tussendoor vangt mijn oom wat kwi kwi’s, Surinaamse vissen, die mijn tante bereidt om ons de nodige energie te geven. Eigenlijk is het vangen hiervan nu verboden wegens het broedseizoen. Gelukkig weten we aan de spiedende ogen van controleurs te ontsnappen.

In de avond drinken we punch bij ons hotel Residence Inn. Mijn nichten vertellen me dat ze trots op me zijn. Dat gevoel is wederzijds.

Het moment van afscheid is aangebroken. Over een week ben ik er weer voor de boekpresentatie.

Al komt er geen mens, al vergeet ik mijn tekst, deze presentatie is voor mij al geslaagd.

Dit is hoe familie voelt.

 

Deze column is gepubliceerd op de website van uitgeverij De Geus

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Required fields are marked *.


background