permalink

0

Reiscolumn 1 – Verwachtingen

Shantie SCover boekingh verblijft op dit moment op uitnodiging in Suriname om daar presentaties te geven over haar boek Vervoering. Over haar indrukken en belevenissen daar houdt ze een reiscolumn bij.

In mijn debuutroman Vervoering beschrijf ik hoe nerveus het personage Mukesh Mohan is als zijn vader uit Suriname overkomt voor een bezoek aan zijn gemigreerde zoon. Mukesh weet dat zijn vader bepakt is met hoge verwachtingen en beelden van het leven van zijn zoon in Nederland. Hij weet ook dat dat beeld niet overeen zal komen met de werkelijkheid. ‘Verwachtingen en indrukken moesten gemanaged worden. Bappa, zijn vader, mocht niet teleurgesteld raken als hij eenmaal hier was.’

Hetzelfde zeg ik steeds tegen mezelf naar aanleiding van mijn reis naar Suriname. Dit is niet zomaar een reis naar het geboorteland van mijn ouders. Na de lancering in Nederland ga ik naar Suriname om mijn debuutroman Vervoering ook daar te presenteren. Vervoering is een familiekroniek over vier generaties, verspreid over drie continenten. Het begint in1912 in India, ontwikkelt zich door naar Suriname en eindigt in het Nederland van 2012. Het boek is het resultaat van de zoektocht naar mijn eigen identiteit, die ook beïnvloed is door deze drie landen. Fascinerend vind ik de grote turbulente geschiedenisbeweging, en vooral het kleine verhaal daarbinnen.

Het boek is fictie, maar geïnspireerd door de vele verhalen uit mijn familie. Ook mijn vader was een inspiratiebron. Hij is geboren en getogen in Nickerie – een deel van mijn boek speelt zich daar af –, een district in het noordwesten van Suriname, waar de mensen vooral leven van rijstbouw.

Er komen twee boekpresentaties; in Paramaribo en in Nickerie. In Nickerie wordt deze georganiseerd door de kweekschool, de school die mijn vader voor zijn migratie tot zijn spijt niet had kunnen afmaken. Dat ik nu juist dáár een boekpresentatie ga houden, maakt de cirkel zo mooi rond dat ik het er benauwd van krijg. Ik probeer dus nu ook verwachtingen en indrukken te managen. Ik wil niet dat mijn vader teleurgesteld raakt als hij er eenmaal is.

In het vliegtuig zie ik mijn ouders zitten. Ze vinden het spannend, misschien nog meer dan ik. Ze zijn geworteld in Suriname, maar wonen al meer dan de helft van hun leven in Nederland. Eigenlijk is Suriname hun ook vreemd geworden. Zij kennen het land uit hun jeugd. Suriname is in hun herinnering op pauze gezet, maar het land zelf
houdt daar geen rekening mee.

Hun jarenlange samenzijn uit zich in kleine dingen. Tijdens de vliegtuigmaaltijd bewaart mijn vader zijn toetje voor mijn moeder, omdat ze daar altijd meer van wil. De fout die mijn moeder maakt bij het invullen van het toeristenformulier maakt mijn vader ongeduldig, maar dat deert haar al jaren niet meer. De altijd keurige pantalons en schoenen waar mijn moeder zich voorheen aan ergerde, zijn nu de items waar ze mijn vader in mensenmassa’s aan herkent.

We komen aan op de luchthaven. Een stap uit het vliegtuig en de bekende geur van het land daalt op ons neer. Niet lichtvoetig, ze dompelt je er meteen in onder. Vruchten, vochtigheid, kruiden, uitlaatgassen.

In de ontvangsthal staan mijn tante en nichtje klaar om ons op te halen. Mijn nichtje is slank, draagt een strakke spijkerbroek, Birkenstocks en een bril met zwart montuur. Ze is onze gids tijdens de rit naar Paramaribo. Ze vertelt hoe de wegen met de jaren zijn verbeterd. ‘Je moet nu echt zoeken naar ruwe wegen met kuilen erin. Van die routes waar je lekker kan scheuren. Waar je auto nog lekker vies wordt. Dat hoort er ook bij. Raar als dat er niet meer zou zijn.’ Mijn nichtje ademt een fiere trotsheid op haar land. Op charmante manier weert ze denigrerende aanvallen op haar land af voordat ze gelanceerd kunnen worden.

Door de file neem ik alles beter in me op. De huizen die allemaal verschillend zijn en de ruimte hebben om te ademen. De winkels die steeds meer gerund worden door Chinezen. De vanzelfsprekende multiculturaliteit. De warungs met gerechten waar ik al naar verlang. De muziek uit de rijdende bussen. Het Nederlands dat net anders klinkt. De natuur die alles oogluikend toestaat, maar de mensen nooit laat vergeten dat met haar niet te spotten valt.

De aankomende verkiezingen in mei zinderen door het land. Voorkeuren voor partijen worden kenbaar gemaakt door duidelijk zichtbare vlaggen op het erf. Mijn nichtje vat de passie samen met de uitspraak: ‘Ik begin nooit met iemand over politiek of religie.’

Onderweg zie ik een advertentie voor een natuurtrip naar Nickerie; de plek waar mijn vader begon te dromen over een succesvol leven op het andere continent. Een academische carrière in Nederland. Hoe het toch allemaal anders liep. Hoe hij deze droom doorschoof naar zijn kinderen. Hoe hij bezig was met overleven volgens het script ‘hou je gedeisd, dan krijg je geen problemen’. Een overlevingsscript dat zo herkenbaar is voor vele andere Hindoestanen van die generatie. Een script dat mij ontroert en me aanzet tot schrijven.

In Paramaribo maak ik connectie met wifi en lees een bericht van de plaatselijke boekhandel. De honderd ingekochte exemplaren van Vervoering hebben nog geen doorgang gevonden bij de douane. Ze hopen dat alles in orde komt voor de presentaties op 30 april en 2 mei.

Mijn vader vraagt me of alles goed is. Ik denk aan mijn mantra over de verwachtingen. En besluit hem niks over het bericht te zeggen.

  

Overhandiging van een exemplaar aan de minister van Onderwijs (links), en samen met de drijvende kracht achter de presentatie van Vervoering: Lila Gobardhan-Rambocus (rechts).

Deze column is gepubliceerd op de website van uitgeverij De Geus.

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Required fields are marked *.


background