permalink

0

Opinie in de Volkskrant – ‘Hindoestanen treden eindelijk in het licht’

“Een volk zonder heldVolkskrant_logoen, zonder mythen en zonder noemenswaardige pech,” schreef auteur Anil Ramdas in zijn boek “De papagaai, de stier en de klimmende bougainville” (1993) over de Hindoestanen. Nooit ben ik het vergeten.

Het was alsof ik – met een Hindoestaans-Nederlandse achtergrond – door die zin een afstraffing kreeg. Alsof iemand tegen me zei dat ik niet bijzonder ben. En hetzelfde gold voor mijn ouders, grootouders en ga zo maar door. Bestaat er zoiets als een volk zonder helden? Bij die gedachte brandde er iets in mijn borst. Ik wilde die zin ervan langs geven, het ongelijk ervan aantonen. En zo begon mijn zoektocht.

Als Hindoestaanse Nederlander voel ik me vaak een wandelend mysterie. Telkens als ik mezelf hoor uitleggen dat mijn ouders uit Suriname komen, mijn voorouders uit India, en dat ik zelf geboren en getogen ben in Nederland. Een Hindoestaanse afkomst is complex, en voor velen nog onbekend. Het gaat dan ook om een migratiegeschiedenis waarbij een volk zich in korte tijd heeft verspreid over drie continenten.

In mijn zoektocht naar de onzichtbare helden en onbekende verhalen heb ik gesproken met ooms en tantes, kennissen en vrienden en velen daarbuiten. En vooral veel geluisterd en geobserveerd. Ik probeerde de verhalen tussen de regels door te vangen. En verhalen waren er volop. De mondelinge traditie, met Indiase invloeden uit de grote epossen, is er onmiskenbaar.  Anders werd het als ik hen vroeg naar de geschiedenis. Verrast reageerden ze op mijn vragen. Alsof ze zich pas op dat moment beseften dat dat waarde heeft. Dat ook hun geschiedenis ertoe doet, het waard is om door te geven, om te worden opgeschreven.

Hindoestanen worden vaak omschreven als een flexibel volk dat intelligent omgaat met nieuwe omgevingen, in Suriname en in Nederland. Dat heeft echter ook een andere kant. Ze zeggen wel eens dat Hindoestanen onzichtbaar zijn in Nederland. Een volk dat lijkt te zweven over de aarde, zonder hun aanwezigheid prijs te geven.

Zou deze houding te maken hebben met de dubbele migratie in het koloniale tijdperk?De eerste generatie werd aan het einde van de 19de eeuw geronseld als contractarbeider uit Brits-India, en kwam ontgoocheld terecht in een andere kolonie, Suriname. Ook de volgende generaties groeide op in de koloniale tijd. Wat betekent kolonialisme als je erin bent geboren en ermee bent opgegroeid? Dat je eigen cultuur op de tweede plaats kwam. Je eigen cultuur was niet die van de machthebber en had dus minder waarde. Het betekende ook: je vaker wel dan niet gedwongen aanpassen aan die andere cultuur van de machthebber, simpelweg om te overleven. Net zo lang tot de vraag over je identiteit bijzonder ingewikkeld wordt.

Twee keer heeft dit volk alles achter zich gelaten, en heeft zich als nieuwkomer weten te handhaven op een nieuwe plek. Eerst in Suriname, daarna in Nederland. Het ging steeds om overleven, jezelf bewijzen, flexibel zijn, niets cadeau krijgen. Dat laat diepe sporen na.

Het geeft een andere invulling aan heldendom. De eerste generatie contractarbeiders van India naar Suriname heeft simpelweg alle energie die in hen zat besteed aan het doorstaan van zeer schrijnende omstandigheden op de plantages en het opbouwen van een bestaan in Suriname. De generatie die vanuit Suriname naar Nederland migreerde is op een andere manier bijzonder. Je ziet het pas als je heel goed kijkt. Bezig zijn met overleven, vooruit kijken en alle duizenden keuzes die daarbij komen kijken, zijn niet echt zichtbaar. Hun script was veelal ‘hou je gedeisd, dan krijg je geen problemen’. Je kop niet boven het maaiveld uitsteken – dit hadden ze gemeen met veel autochtone Nederlanders – en misschien is de integratie van deze generatie daarom zo onopgemerkt gebleven. Er was weinig aandacht voor reflectie, het vastleggen van ervaringen.

Zij hebben in ieder geval hun best gedaan voor de volgende generatie Hindoestaanse Nederlanders. De generatie die hier geboren en getogen is. Mijn generatie. De generatie waarin ik een kanteling zie, die niet de behoefte voelt om onzichtbaar te zweven over de aarde. Integendeel, zij willen gezien worden en net als de rest dansen door de straten van dit kikkerlandje. Zij willen dat ook hun verhaal verteld, opgeschreven en opgemerkt wordt. Ook hun geschiedenis doet ertoe en mag worden verteld als onderdeel van de Nederlandse canon. Een volk zonder helden, mythen en alles wat erbij hoort bestaat niet.

Shantie Singh, schrijver en bestuurskundige

Op zaterdag 1 november is haar debuutroman Vervoering gepresenteerd (uitgeverij De Geus). Een familiekroniek over vier generaties van een Hindoestaanse familie, verspreid over drie continenten – India, Suriname, Nederland. Het boek is het resultaat van de zoektocht naar haar identiteit en de wens om het boek te schrijven dat ze als puber graag had willen lezen.

Dit stuk verscheen op 11 december 2014 in de Volkskrant 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Required fields are marked *.


background