permalink

2

Ode aan de saoto soep van de Rotterdamse Warung Mini

worldfoodfestival

Om de zoveel tijd heb ik een dosis nodig. Insiders weten waar ik het over heb. Samen met mij brengen ze regelmatig een bezoek aan de Rotterdamse Warung Mini voor een kom saoto soep op smaak gebracht met ketjap sambal en Madame Jeanette peper. Deze warung is niet zomaar een warung. Het is DE Warung Mini in de Witte de Withstraat.

Jawel, die straat. De straat waar andere straten stiekem naar gluren omdat ze er graag aan willen tippen.

Tussen de heerlijkheden van de Witte de Withstraat voelen de Rotterdammers zich thuis. Waar voetstappen normaal gekenmerkt worden door een niet-lullen-maar-poetsen houding, ontstaat een bijzondere vorm van ontspanning zodra dezelfde voetstappen de Witte de Withstraat bereiken.

En dat geldt voor alle Rotterdammers.

Nee nee, niet alleen voor de kosmopolitische dertigers, dan heb je dat toch echt verkeerd ingeschat. Ga eens kijken en zie hoe ook gepensioneerde ambtenaren verrukt flaneren langs de eetzaken en kunstateliers. Al wandelend rechten zij hun rug na signalering van bezoekers van het vrouwelijke geslacht, met voeten gestoken in Betsy Palmer schoeisel, en wie weet, oh la la, mogelijk een verrassing van Marlies Dekkers verstopt onder de lagen kleding.

Verscholen tussen restaurants met sfeerverlichting, zorgvuldig ontworpen menukaarten en gasten die eruit zien alsof ze figureren in een Bacardi-commercial (maar dan met een urban vibe), staat ze daar, de Warung Mini.

Van buiten vrij gewoontjes. De eerste keer zie je het gemakkelijk over het hoofd. Je denkt ‘is dit het nou?’ en vraagt je af waarom dit zaakje altijd stoelen tekort lijkt te komen.

Ook het gerecht waar het om gaat, weet je na een eerste blik niet meteen te verleiden.

De Saoto Soep

Eigenlijk is de Javaans-Surinaamse saoto soep een allegaartje: een middelgrote kom met kleine aardappelreepjes, taugé, gebakken uitjes, kip, een gekookt ei en peterselie.

Rijst wordt apart geserveerd, net als verschillende kommetjes met sambal en peper. De lepel ligt naast de kom gewikkeld in een servetje.

Er gebeurt nog niks bijzonders.

Maar dan word je overvallen door de geur die je neus eerst voorzichtig en bijna verlegen verkent en van het ene op het andere moment al haar verleidingskunsten op je loslaat.

Deze soep valt of staat met de bouillon (getrokken uit onder andere citroengras, zalmblad, laos, pimentkorrels) die alle ingrediënten bindt tot een ware smaakexplosie. En als het gaat om de bouillon is de Warung Mini uit de Witte de Withstraat een ware kunstenaar.

Als je eenmaal bent begonnen, laat het je niet meer los.

Om de zoveel tijd laat je lichaam je door diverse signalen weten dringend behoefte te hebben aan een nieuwe dosis (zeurende tong, schreeuwerige buik, flauw gevoel door gebrek aan sambal).

Dan maakt het even niet uit dat de tafeltjes in de Warung Mini te dicht bij elkaar staan, dat je haast met je ellebogen tegen die van een onbekende je soep naar binnen zit te lepelen en alle gesprekken van de mensen om je heen ongewild kan meeluisteren (sommige mensen maakt dat echt niet uit, die beslechten hele liefdesperikelen boven een kopje saoto).

Al deze zaken doen er niet toe: ze zorgen er juist voor dat je even je tafelmanieren kan vergeten en ongestoord kan opgaan in het afwegen en berekenen van de juiste hoeveelheid ketjap sambal in je soepje (een uiterst precaire zaak, je wilt niet hebben dat peper-tranen zich vermengen met de heerlijke bouillon).

De Warung Mini is sowieso een etalage voor alles wat er in de stad leeft, woont, werkt, lijdt en liefheeft: autochtone meisjes met dunne blonde haren die geroutineerd een stuk roti afbreken en met een stukje kip en kousenband in de mond stoppen, stoere Surinaamse jongens die stoïcijns een bara verorberen en een Chinees stel dat elkaar zwijmelend hapjes telo met bakkeljauw voert.

Denk niet dat deze saoto-verslaving is voorbehouden aan Rotterdammers van Surinaamse afkomst. Er zijn genoeg autochtone stedelingen die mij op dit punt zonder woorden begrijpen. Een blik in elkaars ogen op het moment dat de soep wordt geserveerd is genoeg om te weten of je met een warung-addict of saoto-trekkie te maken hebt.

Pas als je klaar bent met eten begin je je weer te verwonderen en te ergeren: hoe krijgen ze het toch voor elkaar om zo’n constante stroom klanten binnen te krijgen met deze inrichting? Het is natuurlijk een kwestie van smaak, maar de tafeltjes en belichting doen niet echt horeca-sfeervol aan (vreemd genoeg tref je deze inrichting vaker aan in verschillende steden alsof het de rechtlijnige bureaucratische voorschriften zijn van de geheime vakbond van Surinaamse eetzaakjes…)

Je maakt je druk en staat kordaat op.

Maar nog voordat je de deur bereikt, besef je dat je de volgende keer toch weer terug komt.

Deze saoto soep heeft simpelweg geen opsmuk nodig.

 

Geschreven voor het World Food Festival

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

2 Comments

  1. idd zeer verslavend. ook voor een blanke! 7 jr geleden in suriname verslaafd geraakt maar helaas in adam niets gevonden wat in de buurt van de blauwgrondse sauto kwam!

    inmiddels hebbe we hem zelf leren maken. van een javaans surinaamse en hoeven we nu niet meer de straa op oom een shot te scoren!

    njang sweeti! ;-)

Geef een reactie

Required fields are marked *.


background