permalink

0

Een andere kijk op straattaal

Hangt het spreken van straattaal samen met een gebrekkige Nederlandse taalbeheersing, of duidt het juist op ontluikende woordkunstenaars? Een poging om de langer lopende discussie een stap verder te brengen.

‘Dat was onmin lauw! Ja echt kapot faya man.’ Dat zijn woorden die de gemeente Rotterdam liever niet meer wil horen. Althans, dat kan je opmaken uit de posters van de campagne ‘Jouw taal is niet zijn taal’. Volgens de onderwijswethouder zouden er in Rotterdam jaarlijks zo’n 10.000 jongeren van de mbo-doelgroep zijn, die het Nederlands te weinig beheersen om de lesstof te doorgronden of een fatsoenlijke sollicitatiebrief te schrijven. Hangt het spreken van straattaal inderdaad samen met een gebrekkige Nederlandse taalbeheersing? Het is een discussie die al veel langer loopt dan de invoering van de Rotterdamse campagne.

Zelf versta ik weinig van straattaal en spreek het zelden. Dat komt ook omdat ik iedere keer keihard word uitgelachen als ik het probeer. Maar een stel jongeren die ik sprak, hip en ‘streetwise’ zoals je ze alleen in Rotterdam ziet, vond dat eigenlijk niet kunnen: als echte stedeling moet je volgens hen wel over de basiskennis hiervan beheersen, al was het maar om in touch te blijven met de hedendaagse jongerencultuur.

Cool
Straattaal wordt vooral gesproken door jongeren, maar ook door volwassenen (die niet volwassen willen worden) van verschillende culturele en sociale achtergronden, zoals het woord al zegt, op straat. Van de Surinaams-Nederlandse student die straattaal werkelijk cool maakt, tot de grote groep wannabe’s die dit ook proberen maar daar toch niet helemaal in slagen (iedereen kent ze wel).

Straattaal is dus ook onderdeel van de sociale identiteit. In die zin kan je het jargon noemen: iedereen die vergaderingen van ambtenaren, medici of wetenschappers heeft meegemaakt, weet dat dit door de afkortingen en insiders-termen net zo onverstaanbaar kan zijn als klingon of elfentaal. Per stad of zelfs wijk kan straattaal verschillen. Vergelijkbaar met een dialect dus, waar ons hele land gelukkig rijk mee bedeeld is. En over dialecten gesproken; daar maak je doorgaans ook geen goede sier mee bij een sollicitatie. De voorkeur voor spreektaal is nog altijd keurig ABN, zoals in het Journaal.

Uit onderzoek van de schrijver en taalwetenschapper René Appel zou gebruik van straattaal positief gerelateerd zijn aan de beheersing van het Nederlands. Juist jongeren met een goede Nederlandse taalbeheersing zouden hier creatief buitenlandse woorden in kunnen opnemen. Straattaal als een uiting van woordkunstenaarschap, een weinig voorkomend geluid. Ten onrechte.

Binding
Is straattaal zo uniek? Dat valt te betwijfelen. Dat jongeren hun eigen taal creëren, met als specifiek doel om daarmee onverstaanbaar te zijn voor ouderen, is van alle tijden. Het hoort bij jongere generaties om je soms te willen uitdrukken in een taal onder elkaar. Zo ontwikkelden mijn zusje en ik vroeger met basisschoolvriendinnen een eigen taal, met zelfs een eigen schrift. Bijeffect: een eigen ontwikkelde taal geeft de degenen die het kunnen verstaan een diepere binding. Daarnaast is het gewoon leuk en leerzaam om zo met woorden en taal te spelen. Waarom zou dat niet ook gelden voor straattaal?

Natuurlijk is het een probleem als jongeren onvoldoende Nederlands beheersen om een coherente sollicitatiebrief te schrijven en/of een formeel gesprek te voeren. Het is een goede zaak dat de gemeente hier beleid voor maakt. Maar het is de vraag of straattaal daar de oorzaak van is. Gaat het niet simpelweg om kwalitatief slecht taalonderwijs? Leidt de campagne daar nu juist niet de aandacht vanaf? De campagne is opgezet vanuit goede intenties, maar bevat volgens dezelfde jongeren die ik sprak een onhandigheid: de actie maakt onbewust een elitaire indruk en loopt daarmee het risico jonge burgers van zich te vervreemden.

Zoals ik hierboven al beschreef: er zijn zo veel vormen van straattaal, hoe inventiever jongeren zijn, hoe meer varianten. En zo lang er jongeren zijn, is dit niet uit te bannen. Dit is geen probleem zo lang jongeren maar weten wanneer welke taal moet worden gesproken. Dat is overigens ook iets wat volwassenen moeten beheersen. Je stemt je taal af op je publiek, het doel en de setting. Met andere woorden: beheersen van straattaal, of welke taal dan ook, is geen probleem, zo lang je ook het ABN beheerst en daar op de juiste momenten op weet over te schakelen.

Taalonderwijs
Een grote woordenschat en taalbeheersing zijn in een wereld die steeds communicatiever wordt, belangrijk. Daarom is het effectiever om in te zetten op goed taalonderwijs. En waarom zou het beleid niet net zo creatief kunnen zijn als de gebruikers van straattaal? Gebruik teksten van schrijvers, dichters, rappers en andere woordkunstenaars om jongeren beter Nederlands te leren. Nederland is gezegend met veel talentvolle schrijvers, en een groot deel daarvan is maatschappelijk geëngageerd. Een idee is om hen uit te nodigen in het onderwijs voor gastlessen.

Een paar maanden geleden sprak ik met verschillende stedelingen over Roffa 5314, sinds 2007 een project van Museum Rotterdam over jongerencultuur in Rotterdam Zuid. Aarzelend vroeg een van hen zich af of Roffa niet een ander woord is voor Rotterdam? Gezien de plek waar de tentoonstelling had gestaan natuurlijk geen bijster geniale opmerking. Ik merkte op dat alle grote steden een ‘tweede naam’ hebben: Damsco voor Amsterdam, Agga voor Den Haag, Utka voor Utrecht. Aan de gezichten van de rest zag ik dat ze geen idee hadden waar ik het over had. De wereld was omgedraaid, opeens was ik een straattaalexpert geworden.

Na een poos besefte ik waarom ik hun gebrek aan kennis zo vreemd vond. Er zijn in de wereld diverse vormen van straattaal, denk aan ‘slang’ in Amerika. Maar er is maar één specifieke Nederlandse straattaal: met als basistaal het Nederlands en woorden uit het Surinaams, Antilliaans, Turks en Marokkaans erin verwerkt. Deze taal is op Nederlandse bodem ontstaan en wordt in deze specifieke vorm nergens anders ter wereld gesproken. Een echte Nederlandse creatie dus. Enige basiskennis ervan is zo gek nog niet.

Dit stuk stond in de Volkskrant.nl

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Required fields are marked *.


background